Mopperen in Muiden

Er zijn mensen die vooral vanwege het leedvermaak graag een terrasje uitzoeken bij de sluis in Muiden. Want bootjesmensen raken in de buurt van een sluis een beetje van slag. Ze gaan in de weer met pikhaken, touwen, paalsteken, boegschroeven en stootwillen. Ze schreeuwen, gillen en schelden. En dat is leuk om naar te kijken en te luisteren als je achter je cappuccino zit.

Op Hemelvaartsdag voeren we, met onze zeilboot, zelf naar de sluis. Het was mooi weer dus druk op het water. De terrasjes zaten vol. We schoven langszij bij een stalen schip die aangemeerd lag, achter de andere wachtende schepen. Een groot zeiljacht met wat jongelui er op, kwam vlak na ons en dobberden wat naast ons. Vervolgens kwam er een oudere heer met een overmaatse sloep die alle wachtenden met een flinke vaart voorbij voer. De sluis was nog dicht. Met enige belangstelling keken we naar wat er komen ging. En de ervaren kijkers op het terras zaten al op het puntje van hun stoel. Dit kon leuk worden.

Maar voor zover ik het kon zien of horen reageerde niemand op de meneer en zijn gezelschap. De sluis ging open, evenals de brug en de boten vanaf het Markermeer manoeuvreerden om de sloep heen. Vervolgens gingen de wachtende schepen richting de sluis, ook allemaal om de sloep heen. Blijkbaar durfde hij het toch niet aan om voor iedereen plaats te nemen in de sluis. Hij wenkte de jongeren van het zeiljacht om aan te sluiten. Maar zij lieten weten dat wij nog eerst waren. Het begon er op te lijken dat er toch niet veel te bekijken zou zijn, deze morgen. De cappuccino’s werden nog eens flink doorgeroerd en wij maakten vaart om de sluis in te komen.

En toen ging het toch nog bijna mis. De heer met zijn sloep had ons helemaal niet gezien en zette, om onduidelijke redenen, zijn sloep vol in de achteruit. Veel uitwijkmogelijkheden waren er niet en ik riep, zo hard als ik kon, ‘Meneer!’. Op de terrasjes keek nu iedereen naar ons. De man in de sloep zag nu ook het gevaar en vond precies op tijd de hendel waarmee hij zijn boot weer naar voren kon bewegen. Zonder aarzelen stuurde hij nu zijn boot in de sluis waardoor de jongeren in het zeiljacht moesten wachten op de volgende schutting. Wij konden nog naast de sloep maar niet voordat iedereen van het gezelschap ( ik schat vrouw, zoon, schoondochter, kleinzoon, kleindochter) verwoedde pogingen deed om de sloep aangemeerd te krijgen in de sluis. Nadat de boegschroef een paar keer wat draaikolkjes in de sluis had veroorzaakt; kreeg de zoon eindelijk een touw om de bolder en werd de sloep verplaatst van het midden naar de zijkant van de sluis en konden wij aan de andere zijde aanmeren.

Daarmee was het kijkplezier nog niet helemaal over. Na de schutting verlieten de boten voor ons vrij snel (en zo hoort het) de sluis. Voor de sloep lag een motorboot van het type supersnel. Achter die motorboot hing een tweede motorboot waarvan wij dachten dat alleen al de buitenboordmotor ruim twee keer zo veel waard was als onze zeilboot. Maar de eigenaar van de boot had het zo druk met zijn bezittingen dat hij nog volop met touwtjes in de weer was toen alle boten voor hem al de sluit uitvoeren. Wij hadden, schuin achter hem ook al aanstalten gemaakt om weg te varen. Terwijl hij naar zijn bedieningspaneel liep schreeuwde hij woedend naar ons; ‘Als jullie mijn boot ook maar aanraken dan gaan we straks naar de kant…’. Hij wees naar de kade en gaf een dot gas. Ik neem aan dat hij niet wilde dat wij hem zouden passeren , maar hij was vooral bang dat wij zijn glanzende zouden beschadigen. Ik reageerde met een ‘goedemorgen’, want het is toch wel zielig als je op een mooie zonnige ochtend, op het water, nog hetzelfde gedrag vertoont als dat je op de weg laat zien. Ik zag de man in gedachten al van de rechterbaan naar de linkerbaan gaan, telefoon aan het oor, bumperklevend en lichtsignalen afgevend. En oh wee als een andere automobilist hem hindert…. Dan wordt deze via de vluchtstrook in de berm geduwd om kennis te mogen maken met de verbale en waarschijn non-verbale wijze waarop dit opgewonden standje in het leven staat.

Maar goed zover kwam het niet op het water. De mensen op het terras riepen een vrolijk goedemorgen terug naar mij en ik schoot in de lach. De motorboten verdwenen al snel uit het zicht en ook het gezelschap met de sloep kozen voor het ruime sop. Wij pruttelden er achteraan en toen we de zeilen konden hijsen wisten we in ieder geval dat de mensen op het terras in Muiden waar voor hun geld hadden gekregen. En dan allemaal omdat, zoals mijn dochter het uitdrukt, er mensen zijn die niet met hun boot varen maar met hun ego.