Toen Jacco in zijn auto stapte wist hij het zeker. Hij pikte het niet meer. Hij was er helemaal klaar mee. Wat dacht die man nou? Dat hij een klein kind was, een beginneling? Dit was de laatste keer dat hij zou over zich heen zou laten lopen. Morgen ging hij dingen rechtzetten. Voor eens en altijd. Jacco gaf iets meer gas dan nodig was om het parkeerterrein af te rijden. Hij zag de afkeurende blikken van voorbijgangers niet. Het voelde eigenlijk wel lekker om net iets te hard te rijden.
Hij werkte nu vijftien jaar bij dit bedrijf. Hij had alle kansen die hij kreeg aangegrepen en maakte sinds drie jaar deel uit van het management team. Hij hield van zijn werk. Hij had moeite gedaan om een goed team samen te stellen en hij vond vaak dat het hem gelukt was. De medewerkers hadden allemaal hun eigen talenten, maar door samen te werken konden er mooie resultaten bereikt worden. Niet dat Jacco achterover kon leunen, hij moest er bovenop blijven zitten om er op toe te zien dat iedereen zich inzette. Hij toonde interesse voor zijn mensen. Als er problemen waren in de persoonlijke sfeer of lichamelijke gebreken dan had dat effect op het werk. Jacco was er van overtuigt dat het hielp als hij belangstelling toonde en zich flexibel opstelde als de situatie daar om vroeg. Het feit dat er weinig ziekteverzuim was op zijn afdeling had hier vast mee van doen.
Het was de baas die Jacco dwars zat. Een half jaar geleden was Marcel aangetreden. De oude directeur was met pensioen gegaan en Marcel was vanaf het begin heel duidelijk geweest. De bezem moest door het bedrijf. Op technologisch gebied waren ze vooruitstrevend, maar op personeelsgebied viel er nog veel winst te behalen. In eerste instantie was Jacco enthousiast geweest over de plannen van Marcel. Hij vond dat hij gelijk had en dacht mee over mogelijke inhaalslagen waarbij persoonlijke ontwikkelings plannen ingevoerd konden worden of zelfsturende teams geconstrueerd konden worden. Marcel waardeerde Jacco’s inbreng maar als het op veranderen aan kwam dan nam hij een externe deskundige in de arm die als taak kreeg om de verandering door te voeren. Jacco vond dat onbegrijpelijk. Waarom zou je hulp van buiten vragen als de kennis al beschikbaar was. Vreemde ogen dwingen, maar de vreemde ogen gaan na verloop van tijd ook weer weg. Wie moet er dan zorgen dat het goed blijft gaan? En het kostte ook nog eens ontzettend veel geld. Als Jacco er goed over nadacht zat het hem nog het meeste dwars dat hij steeds de opdracht kreeg om gegevens aan te leveren waar die externe adviseurs mee aan de slag gingen. Gegevens die op zichzelf helemaal niet zeiden over de processen die speelden binnen het bedrijf.
Vanmiddag had Jacco bijvoorbeeld een rapport moeten indienen over de wijze waarop de functieomschrijvingen waren vastgesteld. Dat was een grote klus geweest waar hij deze week een aantal keer ook ’s avonds voor had doorgewerkt. Op zich was dat niet erg, het hoorde bij zijn taak als manager. Hij begreep alleen niet wat zo’n adviseur moest met deze informatie. Om klokslag drie uur had hij voor het kantoor van Marcel gestaan met het rapport onder zijn arm. Toen bleek dat Marcel in gesprek was. Jacco had tien minuten gewacht en was daarna terug naar zijn afdeling gelopen. Hij had het bestand per email naar Marcel gestuurd met het bericht dat hij tevergeefs had gewacht bij zijn kamer. Vervolgens was Jacco aan een nieuwe taak begonnen. Net toen hij van plan was geweest om vandaag eens op tijd naar huis te gaan, had hij een telefoontje gekregen van Marcel. Of hij direct naar zijn kamer wilde komen. Het klonk ernstig genoeg om direct op te staan en de directeur op te zoeken. Onderweg had hij zich afgevraagd wat er aan de hand kon zijn. Brand bij één van de filialen, fraude bij bedrijven waar ze zaken mee deden, problemen bij de invoer van grondstoffen…
Marcel had hem in de deuropening opgewacht. Jacco was nauwelijks op de gang of Marcel begon te praten; ‘Als wij een afspraak hebben om drie uur, dan verwacht ik je om drie uur’. Jacco had geantwoord dat hij er om drie uur was, maar dat Marcel bezoek had. Dat vond Marcel geen excuus. Jacco had moeten kloppen en duidelijk moeten maken dat hij er was. Zo kon Marcel niet werken. Jacco was te verbouwereerd geweest om daar iets tegen in te brengen. Hij had gestameld dat hij dat voortaan binnen zou lopen als hij een afspraak had.
Maar nu wist hij dat het volkomen onterecht was dat zijn baas hem zo behandelde. Het was oneerlijk.
Stel dat Jacco jouw vriend was, wat zou jij hem aanraden?