Nogmaals motivatie voor vakantie

No Gravatar

Nogmaals; motivatie voor vakantie

Vorige week had ik het al over vakantie, maar het is nu eenmaal vakantietijd. Vandaag nog een aanvulling op motivatie en vakantie.

De reden dat de vakantieperiode ons niet altijd brengt waar we zo hevig naar op zoek waren ligt in het feit dat onze verwachtingen zo hoog gespannen zijn. We gaan er van uit dat alle stress ineens weg is als de vakantie aanbreekt. Maar het is niet voor niets dat juist tijdens de vakantie gezondheidsklachten ontstaan, relaties op de klippen lopen  en geldproblemen torenhoog oplopen. Op het moment dat de dagelijkse routine doorbroken wordt, want het is vakantie, is er blijkbaar aanleiding om te voelen wat je daarvoor nog weg kon denken.

Ik dank daarom dat de beste vakanties ontstaan als je buiten je vakanties om ook een leuk leven hebt. Dat lijkt misschien heel oneerlijk. Als je passend werk hebt, een lieve partner en je in- en uitgaven zijn aardig op elkaar afgestemd, dan heb je eigenlijk de vakantie niet verdiend. Je doet namelijk het hele jaar door alsof je vakantie hebt. Je doet je werk met plezier, je gaat naar de film, loopt langs de zee of hangt op de bank met je geliefde en je lost je hypotheek langzaam maar zeker een beetje af. Na je werk neem je een duik in het dichtstbijzijnde natuurwater en dan eet je vervolgens op je eigen terras in de avondzon. In het weekend geniet je van de warme broodjes van de bakker op de hoek en neem je uitgebreid de tijd voor de zaterdagkrant. Je drinkt koffie bij de keukentafel en luistert ondertussen naar leuke muziek.

En dan ben je nog niet eens op vakantie.

Het heeft te maken met een mindset. Of om in beter Nederlands te schrijven; een gedachtenpakket. Als je in je gewone leven in staat bent om te genieten van de gewone dingen, zal het je op vakantie ook vaak lukken om blij te zijn met wat je overkomt. Zelfs als het regent of als je autopech hebt weet je er iets van te maken.

Ik wens je een heerlijke vakantie!

Motivatie voor vakantie

No Gravatar

Volgens mij is vakantie een zeer over gewaardeerd begrip. Het lijkt wel alsof de moderne mens vakantie ziet als een eerste levensbehoefte. Alsof je niet zonder kunt. Het hele jaar werk je keihard om dan, meer dood dan levend, eindelijk toe te komen aan je welverdiende vakantie. Iedereen gunt het je ook van harte; je hebt de vakantie dubbel en dwars verdiend. Vakantie betekent dat je mag uitrusten, genieten van de omgeving, iets anders doet dan normaal en het is allemaal even leuk. Maar mijn ervaringen  met vakantie zijn helemaal niet allemaal leuk.

Op vakantie gaan betekent namelijk dat je van alles moet doen. Van te voren al. Je moet bedenken waar je heen wilt. Een bestemming waar je uit kunt rusten, maar waar je ook actief kunt zijn. Waar het zonnig is maar niet te warm. Waar het anders is dan thuis maar ook weer niet te ver van huis. Een plek waar niet iedereen naar toe gaat, maar waar je niet alleen bent. Niet te duur, maar toch exclusief. Kortom zo’n bestemming vind je nooit, dus je moet altijd ergens een concessie doen, vaak zelfs meerdere. En dan heb ik het nog niet eens over de periode waarin je de vakantie moet plannen. Gedoe met collega’s, familie, vrienden, schoolgaande kinderen  en soms moet je zelfs rekening houden met de bouwvak, de vakantiespreiding en de omgangsregeling met ex-partners. Maar het allerergste vind ik toch wel dat je van te voren zoveel moet regelen. Het huis heeft aandacht nodig, de koelkast moet leeg, de oude kranten en de lege flessen weg en de was moet schoon en droog. Er moet stof gezogen worden en de ramen gezeemd. Alle prullenbakken moeten worden geleegd en de toiletten moeten even schoongemaakt worden. De bijkeuken opgeruimd en de garage aan kant. Alle stekkers uit het stopcontact behalve die van de verlichting die ’s avonds als het donker wordt automatisch moet worden ingeschakeld. Ergens in mijn achterhoofd vind ik dat de vriezer ook nog best leeg kan en ontdooid, maar kan het ook niet over mijn hart verkrijgen om de frikadellen en zalmmoten weg te gooien. Terwijl ik ondertussen ook nog moet bedenken wat ik mee moet nemen op vakantie. Je dient ruimschoots van te voren te organiseren dat je abonnement  op de krant  wordt onderbroken en wie van je buren je konijnen te eten en de planten water geven. Wie de post van de mat haalt en de vuilnisbakken langs de weg zet. Oh ja en niet vergeten dat de tuin ook nog even doorgewerkt moet worden. Het gras nog even maaien vlak voor vertrek anders staat het na een paar weken kniehoog! Helaas valt het me dan ook op dat er veel vuil staat tussen de tegels van het terras. Dat moet eruit want dat is natuurlijk geen gezicht als je weg bent. Als de familie al in de auto zit, kijk je nog vlug om je heen. De kunst is om je huis zo achter te laten dat het er netjes uitziet, zonder de duidelijke boodschap ‘wij zijn op vakantie!’ uit te zenden. Dat laatste lokt namelijk inbrekers. Dus je haalt nog een paar tijdschriften uit de krantenbak en plaatst ze her en der in de kamer. In de keuken zet je nog wat borden en een beker op het aanrecht. Dan begint je familie de autoclaxon te hanteren. Je hebt geen idee wat je nog meer moet doen, maar je weet zeker dat je iets over het hoofd ziet. Er wordt nogmaals getoeterd en je voelt je gedwongen om het huis af te sluiten en je te voegen bij je gezin in de auto.

En dan ben je dus nog niet eens weg. Dit zijn dingen die je moet doen na je werk en voor je, heel ontspannen, richting je vakantieadres gaat. Want uiteindelijk is dat de bedoeling. Bepakt en bezakt ga je op weg. De eerste honderd kilometer vraag ik me af of ik de ramen wel allemaal dicht heb gedaan en of ik de toilettas op  ’t laatste moment wel meegenomen heb. Daarna zijn er allerlei andere problemen die zich in mijn brein voordoen, maar soms ook gewoon feitelijk. De kinderen krijgen ruzie of moeten plassen. De  auto voor ons rijdt te langzaam, maar ik kan ook niet inhalen. Mijn man vindt dat het zijn beurt is om te rijden maar mijn twee uur zitten er nog niet op. Het regent zo hard dat ik nauwelijks nog de weg kan zien. Ik vraag me af of die camping waar we naar toe gaan echt zo idyllisch is… Onderweg blijken de toiletten smerig, de koffie lauw en de parkeerplaatsen stinken naar hondenpoep. Het is druk op de weg en de routebeschrijving klopt niet helemaal.  Er wordt gekotst op de achterbank en het duurt nog kilometers voor we ergens kunnen stoppen om het op te ruimen.

En dan ben je er nog niet eens. Je bent op vakantie maar het is alsof je nog even op de proef wordt gesteld, alsof je nog een laatste horde moet nemen, om dan uiteindelijk op de plaats van bestemming aan te komen. De camping die op de site staat aangeprezen als rustig en schoon blijkt een rommelig grasveldje te zijn waar de tenten dicht op elkaar staan. Het zwembad is op onduidelijke uren open en de douches zijn koud. De campinggenoten zitten tot vroeg in de ochtend naar muziek uit Volendam te luisteren (want je ontkomt zelden aan medenederlanders…) en vroeg in de ochtend brand je de tent uit door de opkomende zon. Geradbraakt sta je in de rij voor de broodjes, die alles behalve vers lijken. Je boeken heb je binnen twee dagen uit en de enige Nederlandse krant die je in de verre omtrek kunt krijgen is de Telegraaf. Van ellende begeef je je op plaatselijke marktjes waar je vervolgens niets koopt waardoor je aan het einde van de dag weer op zoek moet naar een belachelijk grote supermarkt waar je minstens een uur voor nodig hebt om er alleen maar door te wandelen. Weet je, er gebeurt eigenlijk niets verschrikkelijks, maar toch vraag je je steeds af wanneer die welverdiende vakantie nu begint.

Het is, denk ik, allemaal te doen om dat ene moment. Als je na de vakantie dat hele roteind weer terug bent gereden. De auto voor het huis parkeert en dan via de tuin (leven de konijnen nog?) naar binnen gaat. Het valt je direct op. Wat een ruimte! Wat is het lekker opgeruimd! (Wat staan die borden daar raar op het aanrecht) Wat valt het licht mooi naar binnen! Wat hebben we toch een mooi huis…

Vervolgens wordt de auto leeggehaald en binnen vijf minuten staat de kamer vol met tassen, kratten en zakken. Je bent weer thuis. Je weet het zeker; volgend jaar ga je het anders doen.